

Rijk zijn in God
Geschreven door Jan Boersema op: 14 juli 2014
Lezen: Lucas 12:1-12 NBV
Tekst: Lucas 12:13-21 NBV
Bij het Heilig Avondmaal
Tot een zaal van 500 studenten preekte ds Jeremia over geld. Moet dat nu, dacht ik. Deze jonge mensen hebben bijna niets en ze zullen ook niet rijk worden want ze studeren theologie. Hij ging nogal diep in op het hebben van geld en de zucht naar geld. Hij wilde vooral het punt maken dat God ieder het zijne heeft gegeven en dat diefstal een groot kwaad is. Ook nog onder christenen? Ja zeker, onder christenen. Als mensen vroeger in het dorp naar de tuin gingen en ze legden bezittingen aan de rand van het veld om er geen last van te hebben, lag het er ’s avonds nog. Ze waren veel te bang voor de straf van de goden om het van elkaar te stelen. Durven jullie je mobieltje zomaar onbewaakt in een van de badkamers aan de stroom te leggen, vroeg hij? Wie durft het? Niemand stak zijn vinger op. Als christenen gaan we veel te gemakkelijk om met overtreding en vergeving, zei hij. Waarom verlangen naar iets dat van een ander is? Ieder heeft het zijne gekregen van God, en daar moet je afblijven. Hij gaf ook eerlijk toe dat de hebzucht niet minder wordt naarmate mensen mee hebben. Integendeel: dan wil je altijd nog meer. Als je veel hebt moet je ook op veel dingen passen, en dan kun je daarvan in de ban raken.
Zoals die man die de Here erbij wilde inschakelen om de erfenis van de ouders eerlijk verdeeld te krijgen. Hij had al veel, maar hij was o zo bang dat zijn broer met meer van de erfenis er van door zou gaan dan hij. Terwijl de Here Jezus juist met de scharen in gesprek was over iets dat veel belangrijker is. Het eeuwige leven. En daarin kun je niets meenemen van alles wat je hier bezit. Hij tekent dat de rijke man sterft en dan niets kan meenemen. En Hij zegt: “Zo gaat het ieder die niet rijk is in God”.
Wat kan iemand die wel rijk is in God dan meenemen? Het antwoord luidt: Zo’n iemand heeft nu al de rust en vrede gevonden bij God en zal die blijven bezitten ook als hij gestorven is.
Rijk zijn in God
Ze moeten allemaal uitkijken voor de Farizeeën, voor hun zuurdesem, de gist, kortom hun invloed die alles doortrekt en verzuurd. Hun huichelarij.
Zij proberen het volk bij Jezus vandaan te houden en dat doen ze door te zeggen dat Israels God niets van Hem moet hebben. Terwijl ze in feite gedreven worden door haat en jaloezie tegen Hem. Laten de discipelen toch nooit geloven alle lelijks dat de Farizeeën over Jezus zeggen. Eens zal alles uitkomen wat ze hebben gezegd en gedaan.
Zorg dat het goed is tussen de Here en uzelf. Doe het geloof nooit voor de mensen. Als u het in uw hart niet meent met het geloof in de Here dan komt dat er eens uit.
Misschien dat de Farizeeën hen straks zelfs naar het leven zullen staan als ze voor de Here uitkomen. Want ze vervolgen Hem nu ook al. Maar mensen kunnen alleen maar je lichaam doden. De Here zelf kan je helemaal doden, lichamelijk en geestelijk, voor eeuwig in de hel.
Hem moet je vrezen.
Op Hem mag je ook bouwen. Hij kent al zijn schepselen. Ook de kleine vogels die gevangen worden en verkocht, om opgegeten te worden. Zo iets doen wij, hier in het Noorden niet. Maar in zuidelijke landen is dat wel anders. In mijn hotel stond een prachtige boom in de tuin, een bougainville met rose bloemen. En allemaal kleine vogels er in. Op de verdieping van het hotel kon je ze prachtig zien, op ooghoogte, maar er niet bijkomen. Een meisje dat er werkte stond er ook gespannen naar te kijken. Mooi he, zei ik. Dat snapte ze niet. Zij brak haar hoofd er over hoe ze ze kon vangen.
De Here kent ons allemaal. En Hij ziet het en hoort het als je voor Hem leeft en voor Hem uitkomt. De Here Jezus vertelt de mensen dat Hij straks in de hemel zal Hij uitkomen voor zijn christenen bij zijn Vader en de engelen zullen het horen. Maar wie de Here verloochent zal door Hem verloochend worden in de hemel.
Als Hij naar de hemel zal zijn gegaan zal Hij de Heilige Geest zenden om het geloof te planten in de harten van de christenen. Als ze deze Geest van Christus weerstaan terwijl ze weten dat Hij geven wil de vergeving van Christus, is dat onvergeeflijk.
Maar diezelfde Geest zal hen helpen als de Farizeeën hen voor de rechtbanken van de synagogen slepen om hen te laten veroordelen. Dan zal Hij hen helpen de goede woorden te vinden. En dat is weer heel bemoedigend.
Zo gaat het steeds samen op: indringende waarschuwing, geweldige bemoediging.
En midden in dat gesprek over zulke levensbelangrijke zaken komt iemand met een vraag over een erfenis. Hij vindt dat de Here hem moet helpen, net zoals Hij zieken helpt. Toch komt de Here niet zozeer om een lang leven te geven op aarde maar juist om een leven te geven bij God. En hulp in zo’n financiële kwestie zal er helemaal niet toe leiden dat het geloof van de man versterkt wordt. Hij toont juist met zijn vraag dat er weinig geloof bij hem is. Alsof je de Here overal voor gebruiken kunt.
De man die het vraagt is al rijk. Dat kun je uit het vervolg opmaken, want daarom is de gelijkenis op hem van toepassing. Hij heeft al veel gekregen. Hij probeert alles bij elkaar te houden. Ook dat stuk van de erfenis dat zijn broer niet wil afstaan. En daar is hij druk mee. Kijk uit voor hebzucht, zegt de Here tegen hem en tegen ons. En dat gevaar is alleen maar groter naarmate je rijker bent. Maar al heb je nog zoveel overvloed, en dat heeft deze man, je eigen leven behoort daar niet toe. Leef daarom dicht bij God die je het leven schenkt. En weet je trouwens wel dat al wat je aan rijkdommen bezit, uiteindelijk ook van God gekomen is? Ook al heb je er nog zo je best voor gedaan
En dan komt de gelijkenis, over die man die zo rijk is geworden door een geweldige oogst. Door een erfenis krijg je bezittingen die je niet zelf hebt bijeengespaard. Zoals ook de opbrengst van de akker ook door Gods zegen komt. Maar nu moet je niet alles willen hebben wat er krijgen valt. Dan kom je in de greep van de hebzucht. Hoeveel mensen zijn er niet geweest die gelukkig leefden totdat ze opeens veel geld kregen.
Je ziet het precies aan de man van de gelijkenis. Hij doet zijn uiterste best om al zijn rijkdommen te bewaren. De oude schuren breekt hij af en hij maakt nieuwere, nog grotere. Want dan is hij voor altijd binnen en kan onbezorgd leven. Maar als je het op die manier wilt doen kun je het al niet eens meer. Dan ben je al in de greep van het geld gekomen. Hij had al veel eerder rustig kunnen zijn. Want hij was al rijk. En al was hij het niet geweest, dan had hij toch in het geloof al rust kunnen vinden.
Hij is niet rijk in God. Hij doet het allemaal buiten God om. Je hoort hem niet meer over God. Dat gevaar bedreigt ook de man die het erfenisdeel wil krijgen. Zal hij als hij het heeft nog aan God denken? Of zal hij dan al lang vergeten zijn dat hij alles van God geeft gekregen?
De rijke man van de gelijkenis spreekt tot zichzelf. Een signaal! Wie dankbaar is met zijn geld en het goed besteden wil durft er over te praten. Wie er boven op zit en bang is het kwijt te raken praat er niet over met anderen, maar praat des te meer met zich zelf. Hij praat er ook niet over in zijn gebed met God. Hij is niet rijk in God, hij verzamelt de schatten voor zichzelf. Hij praat in zichzelf, tot zijn ziel, zo staat er. En meteen daar over heen komt het woord van God: nu zullen ze je ziel komen opeisen. Deze nacht nog! Niks geen vele jaren rust en onbezorgd genieten, deze nacht nog zul je sterven. Dwaas.
Het kan ook anders, spreken tot jezelf: denk aan Psalm 103, die zo vaak na het avondmaal klinkt. Zegen mijn ziel de grote naam des Heren.
Die korte simpele gelijkenis bevat een geweldige waarschuwing voor de man in kwestie en al de hoorders. Toen en nu Mensen kunnen niet meer genieten van wat ze hebben opgebouwd. Daarom: het is beter als je rijk bent nu al te genieten, maar dan wel op een christelijke manier: zoals de Here het wil. En als je niet rijk bent maar ook niet arm evenzo. Laat anderen delen in je bezit. Vergeet nooit de tienden die ze vroeger in het O.T. gaven voor de tabernakel en de arme volksgenoot, en zelfs voor de vreemdeling in hun midden.
Als je rijk bent, wees het dan in God: met de Here en voor de Here. Maar als je alleen maar zuinig bent, kun je niet zeggen dat je rijk bent in God!
Ga je vechten om de centen dan wordt dat zo gemakkelijk het een en al en raak je het zicht op het belangrijkste in je leven kwijt. En misschien krijg je op een gegeven moment je rechtmatige deel, maar je kunt de volgende dag gestorven zijn.
U moet trouwens niet alleen aan het sterven denken. Ook aan de wederkomst van de Here. Hoe zal Hij ons aantreffen als Hij terugkeert. Geld tellend, rekenend, of uitdelend? Hebt u gezorgd voor de mensen die u nodig hadden in hun armoede, in hun ziekte? Laat het met u en mij toch nooit zover komen dat de Here ‘dwaas’ tegen ons zegt! Want zal de Here Jezus ons dan nog verdedigen voor de rechterstoel van God? Dat doet Hij alleen met zijn volgelingen. Voor hen die genieten van het Avondmaal en die rust vasthouden. Laat u niet afpakken de zegen die u van God in Christus hebt gekregen, ook vandaag in het avondmaal. Bewaar die rust en leef er uit.
- Jan Boersema -