Terug naar hoofdinhoud
Aly Boersema
Huis

De wederkomst van Christus (I)

Geschreven door Jan Boersema op: 31 augustus 2014

Schriftlezing Lucas 12:35-48 Tekst: Lucas 12:42 Voor de mensen in de Boeing van Malaysia Airlines kwam in één klap het einde. Ieder die nu in het vliegtuig stapt zal nog meer dan anders beseffen: ik moet dit met vertrouwen doen, me overgeven aan de deskundigheid van de mensen en de kwaliteit van het materiaal, en vooral: aan de bescherming van God. De route over Ukraine is ook mijn route, jaar in jaar uit. In de afgelopen tien jaar vloog ik daar jaarlijks 6 tot 8 keer langs. En we vlogen in die voormalige Sovyet Unie ook eerder over oorlogsgebieden. Toen het oorlog was in Tsetsjenie ging de route ook daar over heen. Voor de drie honderd inzittenden kwam onverwachts het einde. Dat kan ergens anders voor ieder van ons ook zo zijn. En zo zal het voor de hele mensheid tegelijk zijn bij de terugkeer van de Heer. Ook onverwacht. Denkt u vaak aan de wederkomst van de Here? En denkt u er vaker aan als er rampen gebeuren? Je mag met vertrouwen die dag tegemoet gaan, maar je moet wel klaar zijn je Heer te ontmoeten. Dit is mijn vraag aan u. Bent u klaar voor de komst van de Heer? De Here Jezus spreekt in deze woorden twee keer over waakzaamheid. In twee rondes, zou je kunnen zeggen. in de tweede ronde nog scherper dan de eerste. Die tweede ronde wordt ingeleid door de vraag van Petrus: “Geldt uw oproep tot waakzaamheid alleen ons, als discipelen, of wordt iedereen bedoeld?”. Dat komt omdat in deze toespraak de Heer zich vooral tot zijn discipelen richt, maar ook heel vaak en heel gemakkelijk iedereen erbij betrekt. Bij voorbeeld, toen vanuit de schare iemand kwam met de vraag of de Heer hem kon helpen de kwestie van zijn erfenis goed op te lossen, omdat zijn broer niet echt wilde delen. Toen kwam de oproep van de Here om rijk te zijn in God. Dat wordt eigenlijk nog een keer herhaald als de Heer opwekt om een schat in de hemel te hebben: waar jullie schat is daar zal ook je hart zijn (34). En daarna gaat de Heer spreken over zijn terugkeer. De Here Jezus moest nog voor de eerste keer afscheid nemen van zijn discipelen, en toen al sprak Hij al over zijn tweede komst. Zijn eerste afscheid viel toen Hij werd gearresteerd, veroordeeld en omgebracht. Toch legt de Here daar nu niet de nadruk op. Lucas schrijft over de opneming van de Here Jezus, en bedoelt dan al het tweede afscheid, de hemelvaart, zo ook Johannes als hij schrijft over het gaan naar de Vader en dat Jezus verheerlijkt worden. De Here Jezus zelf wekt hier de indruk te gaan naar een feest, en terug te keren als bruidegom. Op aarde zal dan het feest worden voortgezet. Waarom vraagt Petrus of die oproep tot waakzaamheid alle mensen geldt of alleen de discipelen? Ongetwijfeld omdat de Here Jezus zo vaak overschakelt van gesprek met de twaalven naar gesprek met de scharen. Misschien ook wel omdat de Here over mooie ontwikkelingen heeft gesproken. De heer zal zijn trouwe knechten aan tafel laten gaan en hij zal hen bedienen. De wereld op zijn kop. Geldt dat allen of alleen ons, wil Petrus weten. Merkt u dat de Here Jezus geen direct antwoord geeft? Hij stelt een wedervraag, niet eens concreet aan Petrus, maar als het ware hardop denkend: wie is die trouwe slaaf, die goed voor de bezittingen en het personeel van de Heer zorgt? Wie is die rentmeester. Petrus denkt aan henzelf die dicht bij de Here staan en al een en andermaal een vertrouwenspositie hadden gekregen: ze waren heel Israel al rondgestuurd. De gelijkenis wordt concreter: het zijn niet meer gewone knechten die klaar moeten staan als hun heer terugkeert, maar vooraanstaande knechten die deze paraatheid moeten bewijzen in goed bestuur. Wie is zo iemand? Je moet het zelf invullen. Wij ook? Horen wij bij die trouwe dienstknechten die goed zijn voor de mensen die hen zijn toevertrouwd? Een mens staat nooit alleen op de wereld. Hij heeft altijd verantwoordelijkheid voor anderen. Stel je voor dat de Here geantwoord: natuurlijk Petrus, die geldt vooral voor jullie. Dat is trouwens ook zo, dat het vooral hen geldt. Maar zondige mensen als Petrus en u en ik denken dan: mooi, dat is binnen, en vervolgens verslappen we in geloof en in verwachting van de wederkomst. Het einde sluit ook aan bij de teneur van het geheel. Als je de verantwoordelijkheid tegenover anderen niet neemt maar je weet wel dat je die verantwoordelijkheid hebt, dan wordt je zwaar gestraft. Wist je daar niet van dan wordt je ook gestraft maar niet zo zwaar. Er zijn in de straf, zo zou je kunnen zeggen, er zijn zelfs in de hel, gradaties. Nu de vier elementen die wij voor ogen moeten houden bij het wachten op de terugkeer van de Heer. Het tijdstip is onbekend. De ontmoeting met de Heer wordt feestelijk. De tijd moet goed worden gebruikt. Misbruik wordt gestraft. 1.Waarom die onzekerheid over het tijdstip? Waarom doet God dat? Zou dat ook niet te maken hebben met de zwakheid van ons geloof? Als je weet dat het nog tien jaar duurt ga je negen jaar je eigen gang en in het tiende jaar je bekeren en je klaar maken voor de komst van de Here. Wat de Here in de eerste gelijkenis vertelt heeft Hij later nog beter uitgewerkt in de gelijkenis van de vijf verstandige en de vijf domme meisjes. Nu gaat het niet over meisjes die het dorp uitgegaan zijn en aan de weg wachten op zijn komst om dan samen met de bruidegom de feestzaal in te gaan. Nu gaat het over zijn eigen personeel dat thuis op hem moet wachten. Het zou vroeg in de avond kunnen zijn, te middernacht, of zelfs tegen de ochtend: maar alles moet klaar zijn als hij aankomt. Stel je voor: teruggekeerd van je bruiloft, en dan je eigen huis kin diepe rust vinden. De feestvreugde nog in je hoofd, je bruid aan je zijde, maar thuis is er niemand om dat met je te delen, het is donker, het eten staat niet klaar, die duurt uren voordat je welkom bent. Het is alsof je in je eigen huis moet inbreken, niemand doet open, je voelt je onwelkom en je schaamt je voor je jonge vrouw. Hoe wachten wij op de terugkeer van de Heer? Als we daar serieus aan denken laten we ons niet in slaap wiegen. We kijken om ons heen, of het al spoedig kan zijn, en we zien aan heel veel dingen die gebeuren dat het niet lang meer hoeft te duren. Dat wordt de tekst voor komende week. Maar dan nog weet je het tijdstip niet. Het kan tijdens je leven zijn, en het kan ook na je sterven zijn. Zijn wij nu het personeel van Christus of zijn we zelf zijn bruid? Zo wordt de kerk toch genoemd? Ja, de kerk als geheel, van alle tijden en alle plaatsen. En straks mag ze met Christus leven op de nieuwe aarde, hier wordt het bruiloftsfeest voortgezet. Maar in deze gelijkenis zijn we als het personeel. U snapt ook wel dat je niet persoonlijk als bruid van Christus kunt worden aangemerkt. Wij worden vergeleken met zijn personeel dat voor Hem klaar moet staan. En we weten ook dat het feest voor ons allemaal wordt wanneer Hij komt. De hele nacht door niet slapen maar klaar staan om het feest te laten beginnen. Je kleed niet gebruiken om over je heen te trekken en er in te slapen, maar het om je heen dragen als een mantel, opgehouden door een gordel zodat je je kunt bewegen, kunt lopen, kunt bukken, kunt werken. Er mag geen moment in ons leven zijn, waar op de Heer ons kan overvallen en kan zeggen: had je dan niet aan Mij gedacht? 2.De ontmoeting wordt feestelijk: het bruiloftsfeest van de Heer. De bruid is, ik zei het al, heel zijn kerk. Maar het gaat nu om het beeld van die eerste gelijkenis. Zij maken het volgende mee: Toen ze de hele nacht gewacht hadden, de lampen brandende hadden gehouden, en het eten warm, klaar om opgediend te worden, was de heer gekomen. Hij hoefde niet lang te kloppen, ze merkten direct dat hij er was en deden open. En de heer was zo blij dat hij veilig thuis was gekomen, en dat daar alles klaar stond, dat hij niet zijn knechten liet rennen en draven, hoewel ze er klaar voor waren. Hij liet ze aan tafel aanliggen en hij bediende hen. Hij bond zelf zijn opperkleed weer strakker om, want hij wilde heen en weer kunnen lopen en kunnen bukken om eten en drinken bij hen neer te zetten. De slaven voelen zich geen slaven maar geëerde gasten. Het wordt echt feest. En dit past precies bij ons leven met de Here, broeders en zusters. Hoewel we slaven van de Here zijn behandelt de Here ons nooit als slaaf: integendeel: Hij zal zelf je aan tafel nodigen en bedienen. De Here heeft het later bij zijn discipelen gedaan bij de voetwassing. Ziet u het element van genade hierin? Wij krijgen bij God wat we nooit verdienen kunnen. Zou Petrus met zijn vraag blijk gegeven hebben van onbegrip over deze genade? Ik denk het wel. Zo iets geweldigs, dat de heer zijn knechten bedient, kan vast niet aan iedereen gegeven worden. Alleen aan een selecte groep. En wij? Als je het woord genade serieus wilt nemen moet je tegen jezelf zeggen dat God niemand onrecht doet als Hij straks uit genade iedereen de zonden vergeeft en iedereen bij Christus brengt. Waarom zouden wij wel genade mogen ontvangen en anderen niet? Misschien denkt u: maar ik ken heel veel mensen die het echt niet verdiend hebben om in te mogen gaan tot het feest van de Heer. Hebt u het dan wel verdiend? 3.De tijd moet goed worden gebruikt. En dat is niet in tegenspraak met genade. In de tweede ronde, na de vraag van Petrus waarin de genade discutabel wordt gesteld, komt een tweede gelijkenis: die van de rentmeester. Het gewone personeel van de eerste gelijkenis wordt nu vervangen door de rentmeester, het personeelslid dat boven de anderen staat. Dat is natuurlijk omdat Petrus vraagt naar henzelf en alle anderen. Ja Petrus, jullie zijn bijzonder. Maar nu komt het er ook bijzonder op aan. Het laatste vers van dit gedeelte onderstreept het: van iedereen aan wie veel is gegeven zal veel worden geëist, en hoe meer aan iemand is toevertrouwd, des te meer zal van hem worden gevraagd. Van apostelen. Van ambtsdragers nu. Van predikanten en de anderen die leiding geven in de kerk. Van ieder die bewust als christen leeft: want dan weet je dat je er bent voor de medemens, en als je dat weet maar er niets mee doet, ben je een slechte rentmeester. De tijd moet goed worden gebruikt: vergeet niet wat het doel van de gelijkenis is: de komst van de Here verwachten. Hoe doe je dat? Niet, als je Hem vergeet omdat je geestelijk ingeslapen bent. Ook uit je doen en laten kan blijken dat je Hem vergeten bent. Of juist, dat je voor Hem leven wilt! En dat doet de goede rentmeester. Hij weet dat hij goed moet zorgen voor het andere personeel. En als de heer dan komt en bij zijn aankomst merkt dat alles fijn loopt op zijn landgoed, dan wordt hij daar werkelijk blij van. Hij kwam onverwacht terug en het wordt geen teleurstelling. Iedereen is gelukkig en welvarend, en de rentmeester heeft een goede band met iedereen. De heer beloont hem met een nog betere functie. In de gelijkenis van de talenten wordt dit nog dieper uitgewerkt. Want hij leefde al voor de heer, en dus is het bezit van de heer bij hem in goede handen. Hij deed zijn werk niet omdat het nu eenmaal zijn job was, maar zijn hart zat er in. Hoe laat u merken dat u leeft voor de Here Jezus? Als Gods schepping, inclusief de mensen die God geschapen heeft en u als naasten gegeven heeft, bij u in goede handen is. 4.Maar misbruik wordt gestraft. En dan komt het beeld van de rentmeester die het personeel mishandelt en misbruikt, onmatig eet en drinkt, en waarom? Omdat hij niets merkt van zijn heer die ver weg is, en ervan uitgaat dat deze heer er misschien wel helemaal niet meer is. Petrus verwijst later in een van zijn brieven naar de tijd van de zondvloed, toen de mensen Noach niet wilden geloven die opriep tot bekering. Zo zijn er nu ook heel veel mensen die niet geloven dat de Here terugkeert, schreef hij. Want het duurt zo lang. Vind u dat ook niet? Het is tweeduizend jaar geleden dat volgens de boeken de Here Jezus hier op aarde was. Ik zeg expres: volgens de boeken, niet omdat ik het betwijfel, maar omdat mensen die wel twijfelen ook de bron van het geloof betwisten: waarom moet ik geloven dat er een Redder voor mij is, die naar mij terugkeert? Omdat de Bijbel dat zegt? Maar dat is ook maar een boek en in boeken kun je alles wel opschrijven. Misschien behoort u tot hen die het wel willen geloven, en eigenlijk ook de bijbel niet willen verwerpen, maar u merkt zo weinig van de Here, en zijn terugkeer lijkt zo weinig reëel. Maar heeft u dan nog niet door dat deze aarde en haar geschiedenis vol zit met gebeurtenissen die wij weinig reëel vinden? Het is echt niet mogelijk om alles te verklaren wat er gebeurt. Eigenlijk ligt het meer voor de hand om wonderen niet uit te sluiten dan om ze maar te blijven ontkennen. Dit ongeloof is verkeerd, en het wordt nog erger als je het ontbreken van een God dan gaat gebruiken als een aanleiding om verkeerd te leven: egoïstisch, hardvochtig. Misbruikt wordt gestraft. Ik zeg niet dat er geen vergeving bij bekering is. Maar het beeld dat hier wordt geschetst is dat van slechte rentmeesters die door heer hun op heterdaad worden betrapt. Bezig een personeelslid te mishandelen. Bij een vrouwelijke collega in bed. Geld verduisterd, de boekhouding vervalst. En zo kan het ook zijn als de Here Jezus terugkomt. Hoe treft Hij ons dan aan? Als je weet hoe het moet, maar als je het expres niet doet, dan wordt je zwaar gestraft. Nog zwaarder dan mensen die verkeerd handelen maar die niet beter weten en die gewoon een slecht voorbeeld van anderen volgen. Nee, er is toch geen algemene verzoening, al leek het er straks misschien op dat ik dat zei. Er is wel onderscheid in straf, zelfs in de hel is gradatie. Als de Heer die vraagt stelt van de gelijkenis, durft u dan positief antwoord te geven? Als Hij vraagt, wie die slaaf is, durft u dan te zeggen: ik ? Dat mag, als u het meent. Als Hij vraagt: wie is de betrouwbare en verstandige rentmeester, die van de heer verantwoordelijkheid krijgt voor de mensen om hem heen, wie is hij of zij, die weet dat hijzelf alles van God uit genade gekregen heeft, en die daarom zorgt voor zijn naasten, dichtbij of veraf.? Durft u te zeggen, wat ik hoop: ja, dat ben ik? Al is het verre van volmaakt, toch wil ik zo leven, met Gods hulp.