Terug naar hoofdinhoud
Aly Boersema
Huis

De wederkomst van Christus (2)

Geschreven door Jan Boersema op: 31 augustus 2014

Lezen: Lucas 21 Tekst: Lucas 21:28 Het is niet de eerste keer dat de Here Jezus spreekt over zijn terugkeer. En ook niet de eerste keer dat Lucas er over schrijft. Hij beschrijft het ook in Lucas 12 Wij willen graag weten hoe het verloop zal zijn van de jaren die voor ons liggen. Waaraan wij kunnen zien dat het einde nabij is. Toch is het de Here Jezus te doen om bij zijn discipelen toen en bij ons nu een gelovig hart te bewerken. Het gaat er niet in de eerste plaats om waar het met deze wereld naar toe gaat maar hoe wij in deze wereld staan. De aanleiding tot het gesprek is geweest de trots van de Joden op de schoonheid van de tempen. Die trots was er ook bij de discipelen. Aan die trots heb je niets, wist de Here Jezus. Het gaat niet om de schoonheid van de tempel maar om de schoonheid van je hart. Bovendien wist de Here Jezus de harde realiteit die zou komen. Stad en tempel zullen verwoest worden en zijn discipelen zullen het nog meemaken, tenminste sommigen van hen. Hij tekent die val van Jeruzalem als het begin van het einde. Die verwoesting is gekomen in het jaar 70 na Christus, toen de Romeinen de stad hebben ingenomen. De val van Jeruzalem in het jaar 70 was het begin van het einde. 1. 40 jaar van te voren aangekondigd. 2. Het begin van een tijd van vervolging 3. Het einde is Christus’ wederkomst. 1.Lucas verbindt in zijn verhaal de toespraak van de Here Jezus over de eindtijd met de gebeurtenis van de komst van een arme weduwe naar de tempel in Jeruzalem. Verhoudingsgewijs geeft zij meer aan de Here dan al de rijken die daar ook verschijnen. Die geven een behoorlijk deel van hun inkomsten, minimaal een tiende, zoals voorgeschreven. Toch eten ze daar niet minder van. Maar de vrouw geeft haar levensonderhoud. Zij wordt een voorbeeld. Alle rijkdom heeft geen zin, als je de Here mist. De toespraak van de Here Jezus is niet direct bij die gelegenheid uitgesproken, maar toen ze eens vanaf de helling van de Olijfberg uitkeken op de stad Jeruzalem en de tempel zagen schitteren. Maar Lucas verbindt het omdat de aanleiding tot de toespraak van Jezus is geweest dat de Joden vol trots over hun tempel spraken, net zoals rijken vol trots over hun tienden. Alle religieuze vertoon heeft geen zin als je de Here mist. Er blijft van de stad en de tempel geen steen op de andere, zei Jezus. Alles zal verwoest worden. Er klinkt verdriet en teleurstelling in Jezus’ stem door. Omdat Hij pijn lijdt vanwege de ondergang van stad en tempel die Hij voorziet. En nog meer omdat Hij zichzelf afgewezen ziet door de Joden: hun concentratie op stad en tempel komt in de plaats van de liefde voor Hem. De discipelen vragen dan wat dat nu voor betekenis kan hebben: de ondergang van de tempel. Wat kan God daarmee nu voor hebben (vers 8). Maar dan komt er niet direct antwoord van de Here. Hij gaat spreken over de moeilijke tijden die komen en dat volharding nodig is. Dat geldt ook ons. Alles voor de Here over hebben, dat is beter dan speculeren over de toekomst. Hij waarschuwt voor verwarring en vergissing. Voor Hem is het heel pijnlijk dat ze nu Hem verwerpen. Maar pijnlijk zal het ook zijn als ze later, wanneer Hij er niet meer is, opeens wel anderen willen accepteren als messias en willen binnenhalen als redder. De Joden hebben zich in de oorlogen die volgden nogal eens bij fanatieke leiders aangesloten. Toch laat ik dat waarschuwende gedeelte nu even rusten, om eerst te wijzen op de concrete woorden van de Here over de ondergang van Jeruzalem (20-24). Dat waren woorden die gericht waren tot de discipelen van toen en later de eerste christenen. Als zij de vreemde legers zich zien samentrekken rond Jeruzalem, dan moeten ze de wijk nemen. Als je nog in de stad bent, probeer weg te komen. Als je op dat moment om een of andere reden buiten de stad je bevindt, ga dan niet terug, maar blijf buiten, weg van de naderende verwoesting. Het is in de jaren 66-70 gebeurd, als droevig slot van de Joodse oorlog tegen de Romeinen, die uitliep op de gruwelijke verwoesting van Jeruzalem door het leger van generaal Titus. En toen is de tijd begonnen dat Jeruzalem vertrapt wordt door de volken. Geen veilige plaats meer voor de Joden, maar nu eens in handen van die heerser, en dan weer van een andere. Spanning en strijd rond Jeruzalem zal voortduren totdat de tijd van de volken voorbij is (24). En dat is de periode waarin wij ook nog steeds leven. Het wordt genoemd een tijd van straf, en van vergelding. Het is begonnen met de val van Jeruzalem, die de Here 40 jaar daarvoor al aankondigde. Straf over de Joden, maar als je goed leest merk je dat die straf ook over de christenen komt. Over de hele wereld. Gods volk heeft het zwaar, en dat is door hun eigen schuld. Omdat de onbaatzuchtigheid van de weduwe maar weinig gevonden wordt , en veel vaker gezocht wordt naar macht en rijkdom. 2.Daarmee zijn we bij de tweede gedachte. De Here tekent ook de tijd na 70. De tijd van vervolging. Die tijd van de volken is nu in 2014 nog niet voorbij. Misschien hebben we in 1948, toen de Joodse staat werd gesticht, even gedacht dat voor Jeruzalem vrede zou aanbreken, we weten nu wel beter. Het is een twistappel van het allergrootste formaat gebleven, omdat het ook de heilige stad is van de moslems, niet alleen van de Joden. Toch moet u die woorden over de de tijd van de volken niet alleen negatief zien. Als u het vergelijkt met Romeinen 11:25 begrijpt u dat het ook de tijd is waarin het evangelie naar de volken gaat, en Israel tot bekering komt, jaloers geworden door het geloof in Christus bij zoveel volkeren op aarde. Alleen, ook wij moeten ons niet in verwarring laten brengen, door mensen die zeggen: ik benthet. Er zijn onder de Joden, voorafgaande aan de val van Jeruzalem, valse christussen opgestaan die het volk in die oorlog hebben gesleept. Voor ons geldt de zelfde waarschuwing dat we ons niet in de war moeten laten brengen. Als Christus komt zal het echt duidelijk zijn voor iedereen. Trouwens: er staat niet eens zozeer dat er valse christussen zullen komen, maar mensen die zeggen: ik ben het. M.a.w.: mensen die zeggen naar mij moet je luisteren. Dat heeft Mohammed tegen de Joden en de christenen gezegd: wij komen met de boodschap die de voltooiing van wet en profeten brengt, en ook nieuwer is dan de boodschap van Christus. We worden hier door Christus dus ook gewaarschuwd tegen de Koran van Mohammed. Deze verwarring is een teken dat de terugkeer van de echte Redder, de Here Jezus aanstaande is. Een ander teken is dat van de oorlogen en geruchten van oorlogen. Wij zitten daar nu midden in. Deskundigen zeggen dat de situatie dreigender is dan ooit, sinds de laatste 20 jaar. En de fronten veranderen ook steeds. Het is niet meer de grote Oost-West tegenstelling van 1945 tot 1990. Het is dreiging die uitgaat van de grote verschillen tussen arm en rijk, en de vluchtelingenstromen. En niet te vergeten de dreiging die uitgaat van onbeheersbare conflicten in het Midden-Oosten, van haat tegen de Joden bij de moslems, van strijd rond Israel en Jeruzalem. Nog eens: Tegen wie zegt de Here het, dat ze niet in paniek moeten raken bij die berichten over oorlogen, omdat oorlog nog niet meteen het einde betekent (10)? Tegen zijn discipelen toen en tegen ons nu. Zij moesten oorlogsdreiging meemaken, wij ook. Het zal niet alleen de ramp van de oorlog zijn, die de mensen treft. Ook aardbevingen, hongersnoden en vreselijke ziekten, en angstaanjagende tekenen aan de hemel. Vallende vliegtuigen. Maar daaraan voorafgaande zal er voor de discipelen vervolging zijn om het geloof, en wordt van hen volharding gevraagd (12-18). Zo roept Hij ook ons op niet zozeer naar de angstaanjagende toekomst te kijken in bange vrees wat er nog allemaal geschieden kan, maar vooral om te letten op zichzelf, om het geloof niet te verliezen. Om niet bang te zijn te getuigen, om te vertrouwen op de leiding van de Heilige Geest. Red je leven door standvastigheid, dat is ook Gods oproep aan ons. 3. Als het wereldeinde komt zijn er kosmische tekenen die wijzen op de ondergang van de aarde (vers 25),in de lucht, op aarde, het zal misschien wel de tijd zijn van een laatste zondvloed. Zo lang de aarde bestaat zal er geen zondvloed meer komen, zei God tegen Noach. Maar hoe zal het zijn op de laatste dag? Christus spreekt ook over het geweld van de zee en het gebulder van de golven. Waar loopt de temperatuursverandering en de stijging van de zeespiegel op uit? Ook de hemel is uit balans. Het heelal stort in, zoals Petrus erover schrijft in 2 Petrus 3. Maar dan komt de Mensenzoon. Niemand zal dan twijfelen dat Hij het is. Wanneer dat alles begint te gebeuren, richt je dan op, en hef je hoofd, want jullie verlossing is nabij. Dat werd tegen de discipelen gezegd, en zij hebben zich aan deze woorden opgetrokken toen de legers rond Jeruzalem zich samentrokken. Dat wordt tegen ons gezegd, in deze tijd van oorlog en spanning rond Jeruzalem Het betekent dat de verlossing komt. Aan een boom die gaat uitlopen kun je zien dat de zomer in aantocht is, aan de bloemknoppen dat er vruchten komen. Aan deze oorlogen en spanningen kun je zien dat het Koninkrijk van God in volmaaktheid komt, bij Christus’ verschijning. En dat alles begint al in jullie leven, zegt de Here tegen de discipelen en tegen ons. En dan volgen opnieuw een oproep tot waakzaamheid, om te ontkomen aan de rampen die gebeuren gaan en om voor de Mensenzoon te kunnen verschijnen: als een gelovige, die volhard heeft. Ga niet op in de dingen van deze wereld, in de roes van dit of dat. De vergelijking met de wereld van Noachs dagen dringt zich op: niet willen luisteren totdat opeens de dag van het oordeel als een strik komt waaruit je je niet meer los kunt rukken. Standvastigheid vraagt God: Jezus liefhebben zoals die arme weduwe God liefhad: en Jezus is God. Wees gewaarschuwd voor religieus fanatisme, dat zelfs in de beste kringen kan voorkomen, kijk maar naar de Joden in Jeruzalem toen. God vraagt het hart, onbaatzuchtig, indien nodig ten koste van alles. Als het om religieus fanatisme gaat hebben ook christenen hun fouten gemaakt. De kruistochten, waar de moslems nog steeds kwaad van spreken, is er een voorbeeld van. De vervolging van protestanten door katholieken niet minder. En onder protestanten heeft het zich ook voorgedaan dat de leer, het systeem, ging boven het hart, het geloof. En religieus fanatisme doet zich bij de islam niet minder voor. De problemen in het Midden-Oosten en elders worden veroorzaakt door fundamentalisten die niet kiezen met hun hart voor hun god, maar kiezen met het zwaard voor hun systeem. Het goede antwoord op fanatisme kan nooit nieuw fanatisme zijn. Wie het zwaard opneemt zal door het zwaard vergaan, zo zei de Here Jezus zelf. Blijf liefhebben, God de Here boven alles, met heel uw hart , heel uw ziel, heel uw verstand, heel uw bezit. En uw naasten als u zelf.